ECLI:NL:HR:2011:BN0622
Hoge Raad
- Cassatie
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- A.R. Leemreis
- E.N. Punt
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over levering bouwterrein bij gedeeltelijke sloop van gebouwen
Belanghebbende heeft een terrein met daarop een bedrijvencomplex verkocht waarbij zij de sloop van de opstallen voor eigen rekening nam. De levering vond plaats op 19 mei 2000 terwijl de sloop nog niet volledig was afgerond. De Inspecteur legde een naheffingsaanslag omzetbelasting op omdat hij de levering als vrijgesteld beschouwde, terwijl belanghebbende stelde dat sprake was van levering van een bouwterrein.
De Rechtbank Arnhem en het Hof Arnhem verklaarden het beroep ongegrond en bevestigden dat de levering geen bouwterrein betrof omdat op het moment van levering nog funderingen en een kelder aanwezig waren. Belanghebbende stelde cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad oordeelt dat voor de kwalificatie van de levering als bouwterrein niet de toestand ten tijde van de juridische levering doorslaggevend is, maar de staat waarin het terrein uiteindelijk is opgeleverd. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor nadere beoordeling met inachtneming van het arrest van het Hof van Justitie van de EU. Tevens wordt de Staatssecretaris van Financiën veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor nadere behandeling.