ECLI:NL:PHR:2011:BN0622
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Levering van terrein met deels gesloopte gebouwen kwalificeert als levering van bouwterrein voor omzetbelasting
In deze zaak stond centraal of de levering van een onroerend goed, waarop de verkoper al was begonnen met de sloop van gebouwen maar deze nog niet had voltooid, moest worden beschouwd als een levering van een bouwterrein in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968. Belanghebbende had het terrein geleverd terwijl de sloopwerkzaamheden nog liepen, waarna de inspecteur naheffingsaanslagen oplegde wegens onterecht in aftrek gebrachte voorbelasting.
De rechtbank en het hof oordeelden dat sprake was van levering van een onroerende zaak met deels gesloopte opstallen en dat deze levering was vrijgesteld van omzetbelasting. Belanghebbende stelde zich op het standpunt dat het terrein als bouwterrein moest worden aangemerkt, mede gelet op het arrest Don Bosco van het Hof van Justitie van de Europese Unie, waarin werd geoordeeld dat levering van een terrein waarop een oud gebouw stond dat gesloopt moest worden, als één handeling moest worden beschouwd en als levering van een onbebouwd terrein kwalificeerde.
De Hoge Raad volgde deze lijn en concludeerde dat de levering van het terrein met deels gesloopte opstallen, waarbij de sloop door de verkoper was gestart maar nog niet voltooid, moet worden aangemerkt als levering van een bouwterrein. Dit betekent dat de levering niet is vrijgesteld van omzetbelasting en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de staatssecretaris pas na de levering een ander standpunt innam. De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond en stelde dat de zaak zelf kan worden afgedaan.
Uitkomst: De Hoge Raad oordeelt dat de levering van het terrein met deels gesloopte gebouwen als levering van een bouwterrein moet worden aangemerkt en dat de naheffingsaanslag terecht is opgelegd.