ECLI:NL:HR:2011:BN3537
Hoge Raad
- Cassatie
- C.B. Bavinck
- P. Lourens
- A.R. Leemreis
- J.A.C.A. Overgaauw
- M.A. Fierstra
- Rechtspraak.nl
Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting niet in strijd met EU-recht
Belanghebbende, een vennootschap met houdster- en financieringsactiviteiten, betwistte de toepassing van de verliesverrekeningsbeperking uit artikel 20, lid 4, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969 over het jaar 2005. De Inspecteur had deze beperking toegepast en het saldo vastgesteld. Na bezwaar en beroep bij de Rechtbank en het Hof, die de aanslag en de beperking bevestigden, stelde belanghebbende beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke werkzaamheden die belanghebbende door derden laat verrichten, voor toepassing van artikel 20, lid 4, als haar eigen werkzaamheden gelden. Tevens bevestigde de Hoge Raad dat de beperking ook geldt voor vennootschappen die zowel houdster- als financieringsactiviteiten ontplooien. Daarnaast werd geoordeeld dat het verschil in behandeling tussen houdstervennootschappen met binnenlandse en buitenlandse deelnemingen, mede vanwege de fiscale eenheid, niet in strijd is met het Unierecht.
De Hoge Raad verklaarde het beroep in cassatie ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraken. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het arrest werd op 24 juni 2011 in het openbaar gewezen door vijf raadsheren.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en de verliesverrekeningsbeperking blijft van toepassing.