ECLI:NL:HR:2011:BN9967
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- J.C. van Oven
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid assurantiekantoor voor fraude hypotheekadviseur en schijn van volmachtverlening
In deze zaak stond de vraag centraal of een assurantiekantoor aansprakelijk kon worden gehouden voor de fraude van een hypotheekadviseur die onbevoegd handelde. De adviseur gebruikte briefpapier van het assurantiekantoor en instrueerde een notaris om een bedrag van €58.532,11 over te maken naar zijn privé-rekening. De adviseur was strafrechtelijk veroordeeld voor oplichting en valsheid in geschrift.
De eiser vorderde schadevergoeding van het assurantiekantoor, stellende dat hij in de veronderstelling verkeerde dat de adviseur namens het kantoor handelde. Het hof oordeelde dat het assurantiekantoor aansprakelijk was op grond van artikel 6:172 BW Pro en subsidiar op grond van artikel 3:61 lid 2 BW Pro, omdat de derde redelijkerwijs mocht aannemen dat de adviseur vertegenwoordigingsbevoegd was.
De Hoge Raad oordeelde dat voor aansprakelijkheid op grond van artikel 6:172 BW Pro vereist is dat de gedraging van de vertegenwoordiger is verricht ter uitoefening van de hem als zodanig toekomende bevoegdheden, wat hier niet het geval was. Echter, de aansprakelijkheid kon wel worden gebaseerd op artikel 3:61 lid 2 BW Pro, omdat de schijn van volmacht aan het assurantiekantoor kon worden toegerekend. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de aansprakelijkheid van het assurantiekantoor voor de schade als gevolg van de fraude.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de aansprakelijkheid van het assurantiekantoor voor de fraude van de hypotheekadviseur op grond van schijn van volmacht.