ECLI:NL:HR:2011:BO3966
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring oplichting wegens onvoldoende bewijs
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor oplichting, waarbij hij werd verweten het slachtoffer door listige kunstgrepen en een samenweefsel van verdichtsels te hebben bewogen tot het afgeven van 1.000 euro. Het hof Arnhem had dit bewezen verklaard op basis van verklaringen van het slachtoffer en de verdachte, waarin het slachtoffer aangaf dat verdachte geld had geleend onder valse voorwendselen en zonder toestemming geld had opgenomen van haar bankrekening.
De verdachte voerde in cassatie aan dat de bewezenverklaring onvoldoende was onderbouwd. De Hoge Raad oordeelde dat de bewezenverklaring, voor zover deze inhoudt dat verdachte het slachtoffer door listige kunstgrepen tot afgifte van geld heeft bewogen, niet uit de bewijsmiddelen kon worden afgeleid. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof voor zover het de bewezenverklaring en strafoplegging betreft en verwees de zaak terug naar het hof Arnhem voor hernieuwde berechting.
De overige middelen van cassatie werden verworpen omdat zij geen aanleiding gaven tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad wees er verder op dat er geen reden was om ambtshalve te vernietigen buiten het vernietigde onderdeel. Het arrest werd uitgesproken door de vice-president en raadsheren van de Hoge Raad op 22 februari 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof Arnhem en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting wegens onvoldoende bewijs van oplichting.