ECLI:NL:PHR:2011:BO3966
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring listige kunstgrepen bij oplichting
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot zware mishandeling, diefstal en oplichting. Het hof had bewezen verklaard dat verdachte zijn ex-vriendin door listige kunstgrepen had bewogen tot het afgeven van €1000,=.
De Hoge Raad oordeelt dat de bewijsmiddelen weliswaar aantonen dat verdachte door leugens geld heeft verkregen, maar dat de motivering dat sprake is van listige kunstgrepen onvoldoende is. De term 'listig' vereist meer dan alleen een leugenachtig verhaal, zoals een op de persoonlijkheid van het slachtoffer afgestemd bedrieglijk verhaal.
De Hoge Raad vernietigt daarom het onderdeel van de bewezenverklaring dat verdachte door listige kunstgrepen tot afgifte van geld heeft bewogen. De zaak wordt niet terugverwezen, maar de Hoge Raad overweegt verdachte vrij te spreken van dat onderdeel, aangezien dit geen afbreuk doet aan de rest van de bewezenverklaring.
Verder constateert de Hoge Raad een overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, maar ziet geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het arrest op andere gronden.
Uitkomst: Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring listige kunstgrepen wegens onvoldoende motivering en spreekt verdachte vrij van dat onderdeel.