ECLI:NL:HR:2011:BO3972
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Motiveringsgebrek bij oplegging geldboete op grond van artikel 12 Opiumwet
In deze strafzaak werd verdachte veroordeeld voor het op 5 november 2004 in 's-Gravenhage aanwezig hebben van aanzienlijke hoeveelheden hennep en hasjiesj. Het hof had een geldboete opgelegd op grond van artikel 12 (oud) Opiumwet, omdat de waarde van de drugs hoger zou zijn dan een vierde van het maximum van de geldboete zoals bedoeld in artikel 11.2 Opiumwet.
De Hoge Raad stelt vast dat het hof niet voldoende heeft gemotiveerd waarop het zijn vaststelling dat de waarde van de drugs deze grens overschrijdt baseert. Hierdoor ontbreekt een noodzakelijke verduidelijking van de motivering, wat een motiveringsgebrek oplevert.
De bewezenverklaring steunt op meerdere proces-verbalen van opsporingsambtenaren die de vondst van hennep en hasjiesj in een bestelbus beschrijven, inclusief de hoeveelheid en specificaties van de drugs. De verdachte had verklaard dat hij wist wat er in de tassen zat.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof voor zover het de geldboete betreft en wijst de zaak terug naar het hof te 's-Gravenhage voor hernieuwde berechting. Voor het overige wordt het cassatieberoep verworpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek omtrent de geldboete en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.