ECLI:NL:PHR:2011:BO3972
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt taakstraf en hechtenis in hennepzaak wegens overschrijding redelijke termijn
In deze zaak werd verdachte door het Hof te 's-Gravenhage veroordeeld voor medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet, met een gevangenisstraf, taakstraf, geldboete en bijkomende maatregelen. Het Hof legde een geldboete van € 38.000,- op, waarbij het toepassing gaf aan artikel 12 (oud) van de Opiumwet vanwege de waarde van de hennep en hasj die hoger was dan een vierde van het maximum van de geldboete.
Verdachte stelde cassatie in tegen het arrest, met als middelen onder meer dat het Hof onvoldoende had gemotiveerd waarom de geldboete zo hoog was en dat sprake was van dubbele ontneming van hetzelfde geldbedrag. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de motivering omtrent de toepassing van artikel 12 (oud) Opiumwet had moeten verduidelijken, maar dat de waardebepaling van de hennep voldoende was gebleken uit het onderzoek ter terechtzitting.
Verder wees de Hoge Raad het middel af dat stelde dat de draagkracht van verdachte onvoldoende was meegewogen, en verwierp ook de klacht over dubbele ontneming, omdat de geldboete niet was gebaseerd op het in beslag genomen geldbedrag. Wel stelde de Hoge Raad vast dat de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 EVRM Pro was overschreden in de cassatiefase, wat tot strafvermindering moest leiden.
De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het arrest dat de taakstraf en vervangende hechtenis betreft en beperkte zich tot vermindering daarvan, terwijl het overige van het arrest werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de taakstraf en vervangende hechtenis wegens overschrijding van de redelijke termijn, bevestigt de geldboete en gevangenisstraf.