ECLI:NL:HR:2011:BO5093
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over toepasselijkheid Verordening 1408/71 bij zeevarende met Nederlandse werkgever
Belanghebbende, een Nederlandse zeevarende woonachtig in Spanje, werkte in 2003 in dienst van een in Nederland gevestigde werkgever op schepen onder de vlag van de Nederlandse Antillen. Volgens de Nederlandse wetgeving was hij niet verplicht verzekerd voor de volksverzekeringen, omdat hij niet in Nederland woonde en zijn werkzaamheden buiten Nederland verrichtte.
Het Hof oordeelde dat de Verordening 1408/71 niet van toepassing was, omdat er geen wetsconflict was en de arbeidsverhouding onvoldoende aanknopingspunten had met het grondgebied van de Gemeenschap. De Minister stelde cassatieberoep in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad constateert gerede twijfel over de toepasselijkheid van de aanwijzingsregels van Titel II van de Verordening en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. De vragen betreffen onder meer of de Verordening van toepassing is ondanks het ontbreken van aansluiting bij het Nederlandse sociale zekerheidsstelsel, de betekenis van het uitvoeringsbeleid van het Lisv, en de invloed van incidentele werkzaamheden binnen het grondgebied van een lidstaat.
De Hoge Raad schorst het geding en houdt verdere beslissing aan totdat het Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan over deze vragen.
Uitkomst: De Hoge Raad houdt het geding aan en legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie over de toepasselijkheid van Verordening 1408/71 op een Nederlandse zeevarende woonachtig in Spanje.