ECLI:NL:HR:2011:BO5366
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- W.M.E. Thomassen
- C.H.W.M. Sterk
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onbegrijpelijk oordeel over detentie verdachte tijdens hoger beroep
In deze zaak heeft de Hoge Raad op 18 januari 2011 uitspraak gedaan over een cassatieberoep tegen een verstekarrest van het Gerechtshof Amsterdam van 25 november 2009. De verdachte was ten tijde van de betekening van de aanzegging gedetineerd in een penitentiaire inrichting te Amsterdam. Het hof had in het verstekarrest geoordeeld dat verdachte niet gedetineerd was tijdens de behandeling van zijn zaak.
De Advocaat-Generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van het arrest en terugwijzing van de zaak naar het hof. Bij de stukken bevond zich een formulier van het Openbaar Ministerie waarin werd aangegeven dat op verschillende momenten via het geautomatiseerde systeem VIPS was gecontroleerd of verdachte gedetineerd was, hetgeen niet het geval bleek.
De Hoge Raad oordeelde dat het oordeel van het hof dat verdachte niet gedetineerd was op het moment van de terechtzitting onbegrijpelijk was, gelet op het door de Advocaat-Generaal overgelegde formulier. Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting en afdoening.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.