ECLI:NL:HR:2011:BO5769
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing onvoldoende gespecificeerd bewijsaanbod in civiele procedure
In deze civiele procedure hebben eiser en verweerder een geschil dat is behandeld door de rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het geschil betrof een bewijsaanbod dat door de appelrechter werd gepasseerd omdat het onvoldoende gespecificeerd en niet ter zake dienend was. Eiser c.s. stelde cassatieberoep in tegen het arrest van het hof.
De Hoge Raad overwoog dat partijen reeds bij het voorlopig getuigenverhoor getuigen hadden kunnen voorbrengen, waardoor het bewijsaanbod in hoger beroep niet relevant was. De klachten van eiser c.s. konden niet tot cassatie leiden en behoefden geen nadere motivering, mede gelet op artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren van Buchem-Spapens, van Oven, van Schendel en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann. Het beroep werd verworpen en eiser c.s. werden veroordeeld in de kosten van het geding in cassatie, welke aan de zijde van verweerder c.s. op nihil werden begroot.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens onvoldoende gespecificeerd en niet ter zake dienend bewijsaanbod.