ECLI:NL:HR:2011:BO7278
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Wijziging partneralimentatie en stelplicht alimentatieplichtige in appel
In deze zaak stond de vraag centraal in hoeverre de alimentatieplichtige in een procedure tot wijziging van partneralimentatie zijn stelplicht moet vervullen, met name in het kader van artikel 1:159 lid 3 BW Pro. De man, wonende in de Verenigde Arabische Emiraten, had beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van het gerechtshof Amsterdam die een eerdere beschikking van de rechtbank Alkmaar bevestigde.
De Hoge Raad heeft het cassatieberoep verworpen. De klachten die de man in cassatie aanvoerde, konden niet leiden tot cassatie, mede omdat zij geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling. De Hoge Raad verwees naar de eerdere beslissingen van de rechtbank en het hof en bevestigde dat de grenzen van de rechtsstrijd in appel en de stelplicht van de alimentatieplichtige in dit kader duidelijk zijn.
De uitspraak onderstreept het belang van een duidelijke stelplicht van de alimentatieplichtige bij verzoeken tot wijziging van partneralimentatie en bevestigt de jurisprudentie over de grenzen van de rechtsstrijd in hoger beroep.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de beschikking van het hof blijft in stand.