ECLI:NL:HR:2011:BO7494

Hoge Raad

Datum uitspraak
21 januari 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/03318
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 onder c FArt. 288 lid 3 FArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot toepassing schuldsaneringsregeling in WSNP

In deze zaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van verzoeker verworpen tegen het arrest van het gerechtshof Amsterdam waarin het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling werd afgewezen. De procedure begon bij de rechtbank Amsterdam die eveneens het verzoek afwees. Verzoeker had beroep ingesteld tegen deze beslissing.

De Hoge Raad verwijst naar de stukken van de lagere instanties en de conclusie van de Advocaat-Generaal, die tot verwerping van het cassatieberoep strekte. De klachten van verzoeker in het cassatieberoep werden door de Hoge Raad niet ontvankelijk geacht voor verdere behandeling, omdat deze geen rechtsvragen opriepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Het arrest is gewezen door de raadsheren Hammerstein, Bakels en Asser en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann. De Hoge Raad bevestigt hiermee de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, waarmee het verzoeker niet is toegewezen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen.

Uitspraak

21 januari 2011
Eerste Kamer
10/03318
EV/EE
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker tot cassatie zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 09/626 F van de rechtbank Amsterdam van 31 mei 2010;
b. het arrest in de zaak 200.068.000/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 16 juli 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van [verzoeker] heeft op 19 november 2010 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 21 januari 2011.