ECLI:NL:HR:2011:BO8467
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt dat zeewaardig jacht duurzaam aan plaats gebonden kan zijn als woonschip
In deze zaak stond centraal de vraag of een zeewaardig motorjacht duurzaam aan een plaats gebonden kon worden beschouwd in de zin van artikel 3.111, lid 1, van de Wet IB 2001, zodat het als eigen woning kon worden aangemerkt voor de inkomstenbelasting 2003.
De erflater was eigenaar van een luxe motorjacht dat van augustus 2003 tot juli 2006 een vaste ligplaats had in de haven van 's-Gravenhage, waar het met trossen vastlag en elektriciteit via een af te koppelen kabel werd geleverd. Het schip beschikte niet over een water- of rioolaansluiting, maar maakte gebruik van havenvoorzieningen. Gedurende deze periode woonde de erflater met zijn echtgenote op het schip, en na zijn overlijden woonde zijn weduwe er alleen tot haar verhuizing in 2006.
De rechtbank wees het beroep van de erven af, maar het gerechtshof vernietigde die uitspraak en oordeelde dat het schip duurzaam aan een plaats gebonden was, zodat het als eigen woning kon worden aangemerkt en de aanslag verminderd moest worden. De Minister van Financiën stelde hiertegen cassatieberoep in.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat het begrip 'duurzaam aan een plaats gebonden' voor schepen gelijk moet worden uitgelegd aan dat in artikel 221 van Pro de Gemeentewet, namelijk dat sprake is van een vaste ligplaats, die onder meer kan blijken uit een verblijf van ten minste een jaar met niet meer dan incidentele onderbrekingen. Het hof had dit oordeel niet onjuist gemotiveerd en het cassatieberoep werd ongegrond verklaard. De Staatssecretaris van Financiën werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de Minister van Financiën wordt ongegrond verklaard en het arrest van het hof bekrachtigd.