ECLI:NL:HR:2011:BO9629
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- B.C. de Savornin Lohman
- W.A.M. van Schendel
- H.A.G. Splinter-van Kan
- M.A. Loth
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beperking executoriaal beslag op voorwerpen van derden zonder voorafgaand conservatoir beslag
In deze zaak stond de vraag centraal of het openbaar ministerie executoriaal beslag kan leggen op voorwerpen van een derde zonder dat daaraan een conservatoir beslag is voorafgegaan, in het kader van verhaal van wederrechtelijk verkregen voordeel. De boerderij, formeel eigendom van verweerder 1, was in beslag genomen op verzoek van het OM ten laste van verweerder 2, die veroordeeld was tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
De voorzieningenrechter en het hof hadden het executoriaal beslag op de boerderij opgeheven, omdat volgens art. 94a lid 3 Sv conservatoir beslag vereist is voordat executoriaal beslag op voorwerpen van derden kan worden gelegd. De Staat stelde dat art. 575 Sv Pro zo uitgelegd moet worden dat executoriaal beslag ook zonder voorafgaand conservatoir beslag mogelijk is.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat de wet geen wettelijke grondslag biedt voor executoriaal beslag op voorwerpen van derden zonder conservatoir beslag. De wetgever heeft wel beoogd beslag- en verhaalsmogelijkheden te verruimen, maar dit geldt niet voor executoriaal beslag zonder conservatoire fase. Het beroep van de Staat werd verworpen. De Hoge Raad benadrukte het restrictieve karakter van strafvorderlijke dwangmiddelen en de noodzaak van wettelijke basis voor beslaglegging.
Uitkomst: Het beroep van de Staat wordt verworpen en het executoriaal beslag op de boerderij wordt opgeheven wegens gebrek aan wettelijke grondslag zonder voorafgaand conservatoir beslag.