ECLI:NL:HR:2011:BO9841
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- C.A. Streefkerk
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Doorbreking wettelijk stelsel kinderalimentatie bij gedeeltelijke draagkracht wettige vader
De vrouw, slachtoffer van langdurig seksueel misbruik door haar stiefvader en haar moeder, kreeg twee kinderen van de man die strafrechtelijk voor dit misbruik werd veroordeeld. De wettige vader van de kinderen erkende deze later en oefent samen met de vrouw het gezag uit. De vrouw verzocht de man bij te dragen in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen.
De rechtbank wees het verzoek af omdat de wettige vader voldoende draagkracht zou hebben. Het hof verklaarde de vrouw niet-ontvankelijk voor een deel van de periode en kende een beperkte alimentatie toe voor een andere periode, maar verwierp verdergaande vorderingen. Het hof oordeelde dat er sprake was van 'family life' tussen man en kinderen, maar dat geen positieve verplichting tot alimentatie jegens de biologische vader bestond zolang de wettige vader niet volledig onmachtig was.
De Hoge Raad vernietigde het hofarrest en verwees de zaak terug. De Hoge Raad stelde dat art. 8 EVRM Pro een positieve verplichting kan opleggen om het wettelijk stelsel te doorbreken wanneer de wettige vader niet volledig in staat is te voorzien in het levensonderhoud van het kind. Ook wees de Hoge Raad een stelling af dat van de vrouw redelijkerwijs niet kan worden verlangd de wettige vader aan te spreken. De Hoge Raad bevestigde dat de opsomming van omstandigheden voor doorbreking niet limitatief is en dat het hof voldoende rekening had gehouden met de feiten, maar dat het oordeel over draagkracht en positieve verplichting onjuist was.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het hofarrest en verwijst de zaak terug, bevestigend dat bij gedeeltelijke draagkracht van de wettige vader kinderen aanspraak kunnen maken op levensonderhoud van de biologische vader.