ECLI:NL:HR:2011:BP0324
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens ontoereikende motivering verwerping beroep op noodweer(exces)
Op 11 maart 2007 vond te Utrecht een geweldsincident plaats waarbij verdachte en zijn broer betrokken waren. Verdachte werd veroordeeld voor het openlijk in vereniging plegen van geweld tegen twee slachtoffers. Verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat hij en zijn broer ter plaatse kwamen nadat een ruzie was gemeld en er een noodweersituatie ontstond.
Het hof verwierp het beroep op noodweer(exces) met de motivering dat op het moment van aankomst van verdachte en zijn broer de ruzie al gesust was en er geen ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding of dreigend gevaar was. De Hoge Raad oordeelde dat deze motivering ontoereikend was, omdat uit de stellingen van verdachte bleek dat na hun aankomst alsnog een noodweersituatie ontstond.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het beroep op noodweer(exces). De uitspraak werd gewezen door de vice-president Koster en raadsheren de Savornin Lohman en Thomassen op 8 maart 2011.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens ontoereikende motivering van de verwerping van het beroep op noodweer(exces) en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.