ECLI:NL:HR:2011:BP0453
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J.W. Ilsink
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkrachttoets bij ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel
In deze zaak stond een vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel centraal, gericht tegen betrokkene. Het Hof Arnhem had het bedrag dat betrokkene aan de Staat moest betalen verlaagd vanwege zijn persoonlijke omstandigheden, met name zijn draagkracht. Betrokkene voerde aan dat hij arbeidsongeschikt was verklaard en mogelijk aanspraak kon maken op een Wajonguitkering, wat zijn betalingscapaciteit zou beperken.
Tijdens de terechtzitting in hoger beroep op 5 maart 2009 werd een arbeidsdeskundige conclusie van Berkers overgelegd, waarin werd gesteld dat betrokkene voor 80-100% arbeidsongeschikt was en begeleiding nodig had om weer aan het werk te kunnen. Het Hof nam dit mee, maar stelde het ontnemingsbedrag op € 7.000,-, uitgaande van de verwachting dat betrokkene in de toekomst wel aan zijn betalingsverplichting zou kunnen voldoen.
De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de draagkracht van betrokkene op een begrijpelijke wijze had gemotiveerd. De conclusie van de arbeidsdeskundige was onvoldoende om te concluderen dat betrokkene blijvend niet zou kunnen betalen, mede omdat de status van het overgelegde document onduidelijk was en er geen aanvullende stukken waren overgelegd. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het Hof en stelt het ontnemingsbedrag op € 7.000,- rekening houdend met de draagkracht van betrokkene.