ECLI:NL:PHR:2011:BP0453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt deel van arrest over draagkracht bij profijtontneming
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem dat de veroordeelde verplichtte tot betaling van €7.000 aan de Staat ter ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit diefstallen. Het hof had geoordeeld dat geen stukken waren overgelegd over de gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van de veroordeelde en dat redelijkerwijs verwacht kon worden dat hij in de toekomst aan de betalingsverplichting zou kunnen voldoen.
De verdediging had aangevoerd dat het hof ten onrechte had aangenomen dat geen stukken over arbeidsongeschiktheid waren overgelegd, terwijl ter terechtzitting een advies van een arbeidsdeskundige was ingediend waaruit blijkt dat de veroordeelde gedeeltelijk arbeidsongeschikt is en mogelijk aanspraak maakt op een Wajonguitkering.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van het hof over de draagkracht van de veroordeelde niet begrijpelijk is gelet op het overgelegde arbeidsdeskundig advies. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest voor zover het de betalingsverplichting betreft en verwijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. Voor het overige wordt het beroep verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal benadrukt dat de motivering van het hof niet onbegrijpelijk is, maar dat het arbeidsdeskundig advies wel degelijk relevant is voor de beoordeling van de draagkracht. De zaak wordt daarmee deels terugverwezen voor een zorgvuldige herbeoordeling van de financiële draagkracht van de veroordeelde.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor zover het de draagkracht betreft en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.