ECLI:NL:HR:2011:BP1075

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03733
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing cassatieberoep inzake vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging

In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van Sligro wegens onrechtmatige beslaglegging. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof zijn aan het arrest gehecht. Eiser stelde dat de beslaglegging onrechtmatig was en dat hij daardoor schade had geleden.

Het gerechtshof heeft het beroep van eiser afgewezen, waarna eiser cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geoordeeld dat deze ondeugdelijk zijn en geen aanleiding geven tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van Sligro zijn begroot op een bedrag van € 8.445,34. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 maart 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

4 maart 2011
Eerste Kamer
09/03733
EE/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
SLIGRO B.V.,
gevestigd te Veghel,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. K. Teuben.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Sligro.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 93953/HA ZA 03-751 van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 9 juni 2004,
b. de arresten in de zaak HD 103.001.121 {rolnummer oud C0401355/HE} van het gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 9 januari 2007 (tussenarrest) en 24 maart 2009 (eindarrest).
Het eindarrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het eindarrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Sligro heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J.L.R.A. Huydecoper strekt tot verwerping.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 21 januari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Sligro begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 maart 2011.