ECLI:NL:HR:2011:BP1075
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Afwijzing cassatieberoep inzake vordering schadevergoeding wegens onrechtmatige beslaglegging
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van Sligro wegens onrechtmatige beslaglegging. De feiten en eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof zijn aan het arrest gehecht. Eiser stelde dat de beslaglegging onrechtmatig was en dat hij daardoor schade had geleden.
Het gerechtshof heeft het beroep van eiser afgewezen, waarna eiser cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft de cassatieklachten beoordeeld en geoordeeld dat deze ondeugdelijk zijn en geen aanleiding geven tot cassatie. Er is geen noodzaak tot nadere motivering omdat de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding, waarbij de kosten aan de zijde van Sligro zijn begroot op een bedrag van € 8.445,34. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een vierde raadsheer op 4 maart 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.