ECLI:NL:HR:2011:BP1118
Hoge Raad
- Herziening
- A.J.A. van Dorst
- H.A.G. Splinter-van Kan
- W.F. Groos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens geurproef bij diefstal met braak
De zaak betreft een verzoek tot herziening van een arrest van het Gerechtshof Arnhem uit 2003, waarin de aanvrager werd veroordeeld voor diefstal met braak in een pand van stichting [A] te Lelystad. Het verzoek tot herziening is gebaseerd op de stelling dat de geuridentificatieproef, uitgevoerd door de geurhondendienst Noord- en Oost-Gelderland, onbetrouwbaar was vanwege protocolafwijkingen.
De Hoge Raad overweegt dat in de periode 1997-2006 geurproeven door deze dienst in strijd met het protocol zijn uitgevoerd, waardoor de resultaten niet als betrouwbaar bewijs mogen gelden. Desondanks concludeert de Hoge Raad dat ook zonder de geurproef het beschikbare bewijsmateriaal, waaronder verklaringen van getuigen en politieonderzoek, voldoende is om de aanvrager schuldig te achten.
De feiten betreffen een inbraak op 26 mei 2002 waarbij een schuifdeur werd geforceerd en goederen werden weggenomen. Diverse getuigenverklaringen en het politieonderzoek bevestigen de aanwezigheid en betrokkenheid van de aanvrager. Het hof verwierp het bewijsverweer omtrent de geurproef en veroordeelde de aanvrager tot een voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf.
De Hoge Raad concludeert dat geen ernstig vermoeden bestaat dat de aanvrager zonder de geurproef vrijgesproken zou zijn en wijst het herzieningsverzoek daarom af.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt de veroordeling voor diefstal met braak.