ECLI:NL:HR:2011:BP1477
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- A. Hammerstein
- W.A.M. van Schendel
- F.B. Bakels
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid voor schade door paard in manege en vrijwaringsvordering
In deze zaak staat de vraag centraal wie aansprakelijk is voor de schade die een minderjarige opliep door een trap van een paard in een manege. Het paard was eigendom van de verweerder en stond tegen betaling ter belering in de manege van eiseres, een vennootschap onder firma.
De ouders van het slachtoffer vorderden schadevergoeding van de eigenaar van het paard. De eigenaar riep vervolgens de manegehouder in vrijwaring, stellende dat de aansprakelijkheid op de manege rustte omdat het dier in het kader van haar bedrijf werd gebruikt. De rechtbank oordeelde dat de risicoaansprakelijkheid op grond van artikel 6:179 BW Pro niet bij de eigenaar, maar bij de manegehouder lag, en wees de vordering tegen de manegehouder toe.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat het niet relevant is of de manegehouder de bezitter of houder van het dier is, noch of het dier duurzaam en ten eigen nutte wordt gebruikt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de manegehouder en bevestigt dat de aansprakelijkheid rust op degene die het bedrijf uitoefent waarin het dier wordt gebruikt. Tevens veroordeelt de Hoge Raad de eiser tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de risicoaansprakelijkheid voor de schade aan het paard rust op de manegehouder.