ECLI:NL:HR:2011:BP1478

Hoge Raad

Datum uitspraak
25 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04187
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in verzekeringszaak over verlies verdiencapaciteit

In deze zaak stond de omvang van de schadevergoeding centraal die verband hield met verlies van verdiencapaciteit en verlies van zelfwerkzaamheid in het kader van de Wet Aansprakelijkheidsverzekering Motorrijtuigen (WAM).

Eiser had tegen het arrest van het gerechtshof te 's-Gravenhage beroep in cassatie ingesteld. De Hoge Raad verwees naar eerdere vonnissen en arresten in de procedure en behandelde de grieven die eiser had aangevoerd. De advocaat-generaal had geconcludeerd tot verwerping van het cassatieberoep, waarop eiser reageerde.

De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het arrest werd uitgesproken door de raadsheren van de Hoge Raad op 25 maart 2011, waarbij het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser is verworpen en eiser is veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

25 maart 2011
Eerste Kamer
09/04187
EV/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. N.T. Dempsey.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Aegon.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 261032/HA ZA 06-781 van de rechtbank 's-Gravenhage van 15 november 2006;
b. het arrest in de zaak 105.006.134/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 14 juli 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Aegon heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor Aegon toegelicht door haar advocaat en mr. D.A. van der Kooij, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
Mr. K. Teuben, advocaat bij de Hoge Raad, heeft namens [eiser] bij brief van 17 februari 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van Aegon begroot op € 6.245,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren A.M.J. van Buchem-Spapens, als voorzitter, J.C. van Oven en W.A.M. van Schendel, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 25 maart 2011.