ECLI:NL:PHR:2011:BQ8096
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij niet-samenwonende ouders met hoge inkomensnorm
De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie door een vrouw voor drie minderjarige kinderen, geboren uit een relatie waarin de ouders nooit hebben samengewoond. De vrouw heeft geen eigen inkomen en de kinderen verblijven bij haar. De man werd door de rechtbank veroordeeld tot betaling van €750 per maand per kind, gebaseerd op een hoge welstand en het ontbreken van financiële stukken van de man.
In hoger beroep stelde het hof het bedrag vast op €508 per kind per maand, uitgaande van een netto besteedbaar inkomen van circa €5.000 per maand, conform de Nibud-tabellen. De man voerde verweer tegen de hogere alimentatie en stelde dat bij een inkomen boven de tabellimiet geen lineaire doorrekening van de behoefte mogelijk is zonder justificerende bescheiden.
Het cassatieberoep richt zich op de vraag of het hof buiten de rechtsstrijd is getreden door de feitelijke grondslag van het verweer van de man aan te vullen en of het hof voldoende heeft gemotiveerd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet buiten de rechtsstrijd mocht treden en dat het oordeel onvoldoende is gemotiveerd waar het gaat om de concrete omvang van bepaalde kostenposten. De conclusie van de Advocaat-Generaal strekt tot vernietiging en verwijzing.
Uitkomst: De Hoge Raad concludeert tot vernietiging en verwijzing wegens het betreden van de rechtsstrijd door het hof en onvoldoende motivering.