ECLI:NL:HR:2011:BP2989
Hoge Raad
- Cassatie
- C. Schaap
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvangstijdstip invorderingsrente bij betaling voorlopige belastingaanslag in één termijn
Belanghebbende kreeg voor het jaar 2005 een voorlopige aanslag inkomstenbelasting opgelegd die in elf termijnen betaald mocht worden. Hoewel de aanslag in termijnen was vastgesteld, betaalde belanghebbende het volledige bedrag, verminderd met betalingskorting, vóór de eerste termijn.
De aanslag werd later verminderd door de Inspecteur, waarna invorderingsrente werd vergoed over de periode vanaf 1 januari 2006 tot 2 juni 2006. Belanghebbende stelde dat de rente vanaf 1 maart 2005, de dag na de eerste termijn, had moeten lopen. De rechtbank en het hof verwierpen dit standpunt en stelden het aanvangstijdstip van de rente vast op 1 januari 2006, de dag na de laatste termijn.
De Hoge Raad bevestigde het oordeel van het hof dat artikel 28, lid 5, Invorderingswet 1990 bepaalt dat de invorderingsrente begint te lopen na de vervaldag van de laatste termijn, ook als de aanslag in één keer is betaald met het oog op betalingskorting. De wetsgeschiedenis biedt geen aanknopingspunten voor een ander oordeel. Het beroep in cassatie werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard; invorderingsrente begint te lopen na de laatste termijn, ook bij betaling in één keer met betalingskorting.