ECLI:NL:HR:2011:BP2995
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- C. Schaap
- A.H.T. Heisterkamp
- M.W.C. Feteris
- R.J. Koopman
- Rechtspraak.nl
Bezwaren tegen voorlopige waarde en WOZ-beschikking in onroerendezaakbelasting
Belanghebbende was zakelijk gerechtigde tot een onroerende zaak en ontving voor het jaar 2006 een voorlopige aanslag onroerendezaakbelasting gebaseerd op een voorlopige waarde. Zij maakte bezwaar tegen deze voorlopige aanslag en de WOZ-waardebeschikking. De heffingsambtenaar verklaarde het bezwaar tegen de voorlopige aanslag ongegrond en tegen de definitieve aanslag niet-ontvankelijk. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de voorlopige aanslag niet-ontvankelijk en tegen de definitieve aanslag ongegrond. Het hof vernietigde deze uitspraak en oordeelde dat bezwaar tegen de voorlopige waarde mogelijk is en dat de nadere motivering van het bezwaar als tijdig bezwaar tegen de definitieve aanslag en waardebeschikking moet worden aangemerkt.
In cassatie stelde het College dat geen bezwaar openstaat tegen de voorlopige waarde, maar de Hoge Raad verwierp dit en bevestigde dat bezwaar tegen de voorlopige waarde mogelijk is. Tevens oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht geen bijzondere proceskostenvergoeding toekende en dat de brief met nadere motivering terecht als bezwaar tegen de definitieve aanslag en WOZ-beschikking werd aangemerkt.
De Hoge Raad verklaarde beide cassatieberoepen ongegrond en veroordeelde het College in de helft van de proceskosten voor rechtsbijstand. Hiermee is bevestigd dat bezwaar mogelijk is tegen voorlopige waarden in voorlopige aanslagen en dat nadere motivering binnen de bezwaartermijn als tijdig bezwaar geldt.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt dat bezwaar mogelijk is tegen de voorlopige waarde en dat een nadere motivering als tijdig bezwaar geldt.