ECLI:NL:HR:2011:BP3059
Hoge Raad
- Cassatie
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid bestuursdwang en formele rechtskracht bestuursdwangbesluit
In deze zaak stond centraal de vraag of het verzet tegen een dwangbevel tot invordering van kosten bestuursdwang terecht was en of de bestuursdwang rechtmatig was toegepast. De civiele rechter had de beoordeling van het bestuursdwangbesluit beperkt tot de hoogte van het gevorderde bedrag aan bestuursdwangkosten, conform artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.
De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen van de kantonrechter Rotterdam en een arrest van het gerechtshof 's-Gravenhage, waartegen cassatie is ingesteld. De conclusie van de Advocaat-Generaal was gericht op verwerping van het cassatieberoep met toepassing van artikel 81 RO Pro.
De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet leiden tot cassatie en dat nadere motivering niet nodig is omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opleveren. Het beroep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.
Hiermee wordt bevestigd dat de civiele rechter bij bestuursdwangzaken zijn beoordeling mag beperken tot de hoogte van de gevorderde bestuursdwangkosten en dat het bestuursdwangbesluit formeel rechtskracht bezit.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de eiser wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.