ECLI:NL:PHR:2011:BP3059
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid en kosten bestuursdwang bij ontmanteling hennepkwekerij
In deze zaak staat het verzet tegen een dwangbevel tot invordering van kosten bestuursdwang centraal. De gemeente Rotterdam heeft op 25 november 2005 bestuursdwang toegepast door een hennepkwekerij in een door eiser gehuurd pand te ontmantelen. Het bestuursdwangbesluit is op 3 januari 2006 schriftelijk bekendgemaakt. Eiser heeft bezwaar gemaakt en beroep ingesteld, die beide ongegrond werden verklaard.
De gemeente heeft vervolgens kosten van € 3.421,25 in rekening gebracht, waarop eiser verzet heeft aangetekend bij de kantonrechter. Deze verklaarde het verzet gegrond en stelde het dwangbevel buiten werking voor zover het bedrag hoger was dan € 1.566,44 vermeerderd met BTW en beheerskosten. De gemeente kwam in hoger beroep, maar het hof stelde het dwangbevel buiten werking voor zover het bedrag hoger was dan genoemd bedrag en verklaarde eiser tot goed opposant.
Eiser stelde cassatie in tegen het arrest van het hof. De Hoge Raad oordeelde dat de bestuursdwang rechtmatig was toegepast en dat de civiele rechter zich terecht beperkte tot de toetsing van de hoogte van de kosten. Het hof mocht ervan uitgaan dat de gemeente terecht tot onmiddellijke ontmanteling was overgegaan zonder eiser in de gelegenheid te stellen zelf de materialen te verwijderen. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de kosten van de rechtmatig toegepaste bestuursdwang, inclusief invorderingskosten, op eiser mogen worden verhaald.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bevestigd, waarbij het dwangbevel buiten werking wordt gesteld voor zover het bedrag hoger is dan de werkelijke kosten vermeerderd met BTW en beheerskosten.