ECLI:NL:HR:2011:BP3274

Hoge Raad

Datum uitspraak
4 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01302
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping vordering tegen TBS-instelling inzake drugshandel en -gebruik

In deze zaak vordert eiser een verklaring voor recht dat niet is gebleken van drugshandel en -gebruik door degene aan wie terbeschikkingstelling met dwangverpleging is opgelegd. De rechtbank Arnhem wees deze vordering af, hetgeen door het gerechtshof Arnhem werd bekrachtigd. Eiser stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwijst naar de eerdere vonnissen en arresten en overweegt dat de in cassatie aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Gezien artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is geen nadere motivering vereist, aangezien de klachten niet leiden tot beantwoording van rechtsvragen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en veroordeelt eiser in de kosten van het cassatiegeding. De uitspraak werd gedaan door de vice-president en raadsheren, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer Numann op 4 maart 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep van eiser wordt verworpen en hij wordt veroordeeld in de kosten van het cassatiegeding.

Uitspraak

4 maart 2011
Eerste Kamer
10/01302
EV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
verblijvende te [plaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
STICHTING POMPESTICHTING,
gevestigd te Nijmegen,
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: mr. M.W. Scheltema.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en Pompestichting.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 159929/HA ZA 07-1415 van de rechtbank Arnhem van 19 maart 2008;
b. het arrest in de zaak 200.005.467 van het gerechtshof te Arnhem van 20 oktober 2009.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Pompestichting heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten en voor Pompestichting mede door mr. I.C. Blomsma, advocaat bij de Hoge Raad.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Spier strekt tot verwerping van het beroep.
De advocaat van [eiser] heeft op 21 januari 2011 schriftelijk op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van de Pompestichting begroot op € 385,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 4 maart 2011.