ECLI:NL:PHR:2011:BP3274
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verklaring voor recht omtrent drugsgebruik en handel binnen TBS-instelling
Eiser is ter beschikking gesteld met dwangverpleging en verblijft sinds 2003 in de Pompestichting. Tijdens zijn verblijf is door mede-patiënten aangegeven dat hij handelde in harddrugs, hoewel controles negatief waren. Deze verdenkingen werden vermeld in het behandelingsplan en in aanvragen bij het ministerie.
De tbs-maatregel werd verlengd door de rechtbank en het hof, waarbij het hof oordeelde dat sprake was van middelenmisbruik, waarmee drugsgebruik werd bedoeld. Eiser vorderde daarop een verklaring voor recht dat niet was gebleken van drugsgebruik of handel binnen de instelling, en verzocht om smartengeld.
Zowel de rechtbank als het hof wezen deze vordering af. De Hoge Raad stelt vast dat het oordeel van het hof over middelenmisbruik niet bestreden kan worden omdat daartegen geen rechtsmiddel openstond. Het burgerlijk recht kan niet zelfstandig oordelen over deze feiten. De klachten van eiser falen dan ook, mede omdat het hof terecht oordeelde dat de Pompestichting gehouden was melding te maken van de verdenkingen.
De Hoge Raad concludeert dat de vordering van eiser tot verklaring voor recht en schadevergoeding terecht is afgewezen en verwerpt het cassatieberoep.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de vordering tot verklaring voor recht en smartengeld wordt afgewezen.