ECLI:NL:HR:2011:BP3973
Hoge Raad
- Cassatie
- A.J.A. van Dorst
- J. de Hullu
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt toelaatbaarheid uitlevering aan Servië en onderzoekt identiteit opgeëiste persoon
De zaak betreft een verzoek tot uitlevering van een persoon aan de Republiek Servië, waarbij de opgeëiste persoon zich verzette tegen uitlevering en beroep in cassatie instelde tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam die uitlevering toelaatbaar had verklaard.
De verdediging voerde onder meer aan dat er onvoldoende voorbereidingstijd was geweest en dat de identiteit van de opgeëiste persoon niet voldoende was onderzocht. De rechtbank had echter vastgesteld dat de identiteit van de opgeëiste persoon overeenkwam met degene die ter zitting aanwezig was en om wiens uitlevering was verzocht. Dit oordeel werd niet nader gemotiveerd omdat hierover geen verweer was gevoerd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank terecht de identiteit had vastgesteld op grond van artikel 26, eerste lid, van de Uitleveringswet en dat nadere motivering niet noodzakelijk was. Het cassatieberoep werd verworpen, waarmee de uitlevering aan Servië definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de uitlevering van de opgeëiste persoon aan Servië.