ECLI:NL:HR:2011:BP4028

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/05563
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 359 RvArt. 278 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing schuldsaneringsregeling

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van appellant in hoger beroep centraal tegen een vonnis van de rechtbank dat het verzoek tot het uitspreken van de toepassing van de schuldsaneringsregeling had afgewezen. De Hoge Raad heeft het geding in feitelijke instanties en het cassatieberoep beoordeeld.

De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten van de rechtbank en het gerechtshof te 's-Gravenhage, waarin het verzoek was afgewezen en het hoger beroep was ingesteld. Het cassatieberoep richtte zich op de ontvankelijkheid van appellant en de gronden waarop het beroep was gebaseerd.

Uiteindelijk oordeelt de Hoge Raad dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat het beroep moet worden verworpen. De beslissing is genomen zonder nadere motivering, omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en verklaarde appellant ontvankelijk in hoger beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling.

Uitspraak

1 april 2011
Eerste Kamer
10/05563
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
1. [Verzoeker 1],
2. [Verzoekster 2],
beiden wonende te [woonplaats],
VERZOEKERS tot cassatie,
advocaat: mr. R.W. van den Hoek.
Verzoekers tot cassatie zullen hierna ook worden aangeduid als [verzoeker] c.s.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 365290/FT-RK 10.1025 en 10.1026 van de rechtbank 's-Gravenhage van 8 oktober 2010,
b. het arrest in de zaak 200.075.422/01 van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 16 december 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof hebben [verzoeker] c.s. beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Timmerman strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, J.C. van Oven en C.A. Streefkerk, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.