ECLI:NL:HR:2011:BP4678

Hoge Raad

Datum uitspraak
1 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04708
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 288 lid 1 FArt. 288 lid 3 FArt. 292 lid 5Art. 292 lid 3 F
Verwijzingen
1 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding beroepstermijn in WSNP-zaak

In deze zaak ging het om een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen (WSNP). De rechtbank Amsterdam wees het verzoek af, waarna het gerechtshof Amsterdam dit vonnis bevestigde. Tegen het arrest van het hof stelde verzoeker beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad beoordeelde de ontvankelijkheid van het cassatieberoep aan de hand van artikel 292 lid 5 in Pro verbinding met lid 3 F van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Volgens deze bepalingen moet het cassatieberoep binnen acht dagen na de uitspraak van het arrest worden ingesteld.

Het cassatieberoep werd echter op 28 oktober 2010 ingediend, terwijl de termijn op 27 oktober 2010 was verstreken. Hierdoor werd het beroep te laat ingediend en verklaarde de Hoge Raad verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.

De uitspraak werd gedaan door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.

Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn.

Uitspraak

1 april 2011
Eerste Kamer
10/04708
AS/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Verzoeker],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
Verzoeker zal hierna ook worden aangeduid als [verzoeker].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak met rekestnummer 464325/FT-RK 10.1279 van de rechtbank Amsterdam van 31 augustus 2010,
b. het arrest in de zaak 200.073.144/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 19 oktober 2010.
Het arrest van het hof is aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof heeft [verzoeker] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan dit
arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De conclusie van de Advocaat-Generaal J. Wuisman strekt tot het niet-ontvankelijk verklaren van het beroep, althans en in ieder geval tot verwerping van het beroep.
3. Beoordeling van de ontvankelijkheid van het beroep
Ingevolge art. 292 lid 5 in Pro verbinding met lid 3 F. kan tegen het onder 2 aangeduide arrest beroep in cassatie worden ingesteld binnen acht dagen, te rekenen van de dag van de uitspraak. De cassatietermijn verstreek op 27 oktober 2010. Het verzoekschrift is op 28 oktober 2010 ter griffie van de Hoge Raad ingekomen, zodat het cassatieberoep te laat is ingesteld. Verzoeker zal derhalve in zijn beroep niet-ontvankelijk worden verklaard.
4. Beslissing
De Hoge Raad verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn beroep.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren F.B. Bakels en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 1 april 2011.