ECLI:NL:HR:2011:BP4683
Hoge Raad
- Cassatie
- J.C. van Oven
- W.A.M. van Schendel
- W.D.H. Asser
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt tijdigheid verzoek omzetting faillissement in schuldsanering
In deze zaak stond centraal of het verzoek tot omzetting van een faillissement in een schuldsaneringsregeling tijdig was ingediend. De rechtbank Breda en het gerechtshof te 's-Hertogenbosch hadden eerder geoordeeld dat niet aannemelijk was dat de schuldenaar door hem toe te rekenen omstandigheden niet binnen de wettelijke termijn een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling had ingediend.
De verzoeker stelde zich hiertegen in cassatie, maar de Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. De klachten waren niet zodanig dat beantwoording ervan noodzakelijk was voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.
De Hoge Raad verwierp het beroep en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat het verzoek tijdig was gedaan conform de relevante bepalingen in de Faillissementswet. Hiermee werd de omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling niet afgewezen op grond van termijnoverschrijding.
De uitspraak werd gedaan door raadsheren van de Hoge Raad en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2011.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat het verzoek tot omzetting faillissement in schuldsanering tijdig was gedaan.