ECLI:NL:PHR:2011:BP4683
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over ontvankelijkheid verzoek omzetting faillissement in schuldsaneringsregeling
In deze zaak staat centraal of het verzoek tot omzetting van een faillissement in een schuldsaneringsregeling tijdig is ingediend. Verzoeker werd failliet verklaard op verzoek van schuldeisers. Hij verzocht vervolgens om omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling, maar dit verzoek werd door de rechtbank afgewezen. In hoger beroep oordeelde het hof dat verzoeker niet aannemelijk had gemaakt dat hem niet kon worden toegerekend dat hij niet binnen de wettelijke termijn een verzoek tot schuldsanering had ingediend, waardoor het verzoek niet-ontvankelijk werd verklaard.
De Hoge Raad bevestigt dat artikel 15b van de Faillissementswet strikte voorwaarden stelt aan het indienen van een omzettingsverzoek na faillietverklaring op verzoek van een ander dan de schuldenaar zelf. De termijn van veertien dagen zoals bedoeld in artikel 3 lid 1 Fw Pro is niet fataal bij verzoeken vóór faillietverklaring, maar na faillietverklaring geldt een beperkte mogelijkheid tot omzetting. Verzoeker had niet gesteld of aannemelijk gemaakt dat hem redenen van verhindering binnen die termijn niet konden worden toegerekend.
Daarnaast benadrukt de Hoge Raad dat het aan de rechter is om ambtshalve te waken over de toepasselijkheid van artikel 15b Fw, ook in hoger beroep, omdat dit de belangen van schuldeisers raakt. Het hof trad daarom niet buiten de rechtsstrijd door de ontvankelijkheid van het verzoek te beoordelen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het verzoek tot omzetting van het faillissement in een schuldsaneringsregeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdige indiening.