ECLI:NL:HR:2011:BP4805

Hoge Raad

Datum uitspraak
27 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02917
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • A. Hammerstein
  • W.D.H. Asser
  • C.E. Drion
  • J.C. van Oven
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. 672 RvArt. 4:149 lid 1 BWArt. 4:149 lid 2 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwerping cassatieberoep inzake ontvankelijkheid verzoek tot boedelbeschrijving en ontslag executeur

In deze zaak stond de ontvankelijkheid van een verzoek tot het bevelen van een boedelbeschrijving op grond van artikel 672 Rv Pro centraal, evenals de vraag of het ontslag van een executeur op grond van artikel 4:149 lid 1 onder Pro f en lid 2 BW terecht was. Het geschil betrof tevens de vraag of het hoger beroep tegen een eindbeschikking tijdig was ingesteld en de rechtskracht van een eerdere beschikking op grond van artikel 672 Rv Pro.

De procedure omvatte meerdere beschikkingen van de kantonrechter te Amsterdam tussen 2007 en 2009 en een beschikking van het gerechtshof te Amsterdam in 2010. Tegen deze beschikking stelde verzoekster beroep in cassatie in, terwijl verweerders geen verweerschrift indienden.

De Advocaat-Generaal adviseerde tot verwerping van het cassatieberoep. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet noodzakelijk was, aangezien de klachten geen rechtsvragen opriepen die van belang waren voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling.

Daarom werd het cassatieberoep verworpen en bleef de beschikking van het gerechtshof in stand.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beschikking van het gerechtshof blijft in stand.

Uitspraak

27 mei 2011
Eerste Kamer
10/02917
RM/MD
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[Verzoekster],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKSTER tot cassatie,
advocaat: mr. R. Menschaert,
t e g e n
1. [Verweerster 1],
2. [Verweerder 2],
beiden wonende te [woonplaats],
3. [Verweerster 3],
wonende te [woonplaats],
4. [Verweerder 4],
kantoorhoudende te [plaats],
VERWEERDERS in cassatie,
niet verschenen.
Verzoekster zal hierna ook worden aangeduid als [verzoekster]. Verweerders onder 1 tot en met 3 zullen ook worden aangeduid als [verweerster 1], de broer en [verweerster 3] en verweerder onder 4 als de notaris.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak EA 07-3226/3702 van de kantonrechter te Amsterdam van 25 oktober 2007, 11 december 2007, 21 januari 2008 en 11 juni 2009;
b. de beschikking in de zaak 200.044.421/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 13 april 2010.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft [verzoekster] beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Verweerders in cassatie hebben geen verweerschrift ingediend.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.M. Wesseling-van Gent strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, W.D.H. Asser en C.E. Drion, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer J.C. van Oven op 27 mei 2011.