Conclusie
2.Bespreking van het principale cassatiemiddel
uitsluitend(curs. middelonderdeel) gemachtigd was om onkosten t.b.v. de gemeenschappelijke huishouding van partijen te betalen en partijen niet twistten over de bevoegdheid van de man tot opname (subonderdeel 1.1); (ii) dat het oordeel van het hof met betrekking tot de rekening bij de Credit Lyonnais Bank (hierna: CLB) haaks staat op het oordeel van het hof met betrekking tot de andere rekeningen, waarbij het hof wel van de bevoegdheid van de man tot opname is uitgegaan, zodat zijn oordeel in zoverre zonder nadere motivering die ontbreekt, onbegrijpelijk is (subonderdelen 1.1 en 1.2); (iii) dat het hof ten onrechte de bewijslast bij de man heeft gelegd en daarbij heeft miskend dat het kunnen beschikken door een echtgenoot over de rekening van een ander als gevolg van een onderlinge afspraak en regeling met de bank (al) kan worden aangemerkt als het overlaten van het bestuur als bedoeld in art. 1:90 lid 3 BW Pro over die rekening aan die partij, waardoor geen verdere machtiging nodig is (vergelijk een "en/of rekening"); en tot slot (iv) dat nu het hof vaststelt dat de man door de vrouw bij opening van de rekeningen was gemachtigd en de bank hem daarover liet beschikken het hof in rechtsoverweging 4 van de eindbeschikking, zo nodig met ambtshalve aanvulling van de rechtsgronden onder toepassing van art. 1:90 lid 3 BW Pro, had behoren te concluderen dat de man toestemming van de vrouw had gekregen voor de opname van het bedrag van € 200.000,- en dat de man was geslaagd in de bewijsopdracht van rechtsoverweging 6 van de tussenbeschikking (subonderdeel 1.4).
beidepartijen was om af te wijken van het door hen bij aanvang van het huwelijk gemaakte huwelijksgoederenregime, zodat de redelijkheid en billijkheid ook geen afwijking van dat regime meebrengen, geeft niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
3.Bespreking van het incidentele cassatiemiddel
waarbij de man grote bedragen overboekte of opnam van de rekening van de vrouw en de vrouw daarvan tijdens de huwelijkse samenleving geen rekening en verantwoording verlangde, met betrekking tot de gecursiveerde passage feitelijke grondslag mist nu door geen van partijen is gesteld dat de vrouw geen rekening en verantwoording verlangde en de vrouw heeft gesteld dat de man slechts een beheertaak had en hij in opdracht van de vrouw en ten behoeve van de huishouding overboekingen mocht doen, aan welke essentiële stellingen het hof is voorbijgegaan.