ECLI:NL:HR:2011:BP4952
Hoge Raad
- Cassatie
- D.H. Beukenhorst
- E.J. Numann
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- Rechtspraak.nl
Termijn dagvaarding bij woonplaats buiten Europa en kantoorbetekening advocaat
In deze cassatieprocedure stond de vraag centraal welke termijn voor dagvaarding geldt indien de gedaagde woonachtig is in een buiten Europa gelegen staat die partij is bij het Haags Betekeningsverdrag, en de dagvaarding wordt betekend aan het kantoor van de advocaat bij wie de gedaagde in de vorige instantie laatstelijk woonplaats heeft gekozen. De eiser had de gedaagde gedagvaard voor de Hoge Raad, maar deze verscheen niet. De eiser verzocht om verstekverlening.
De Hoge Raad overwoog dat de kantoorbetekening aan de advocaat buiten het toepassingsbereik van het Haags Betekeningsverdrag valt, maar wel strookt met het doel van het verdrag en de Betekeningsverordening II om snelle en betrouwbare betekening te waarborgen. De advocaat is gehouden het exploot tijdig aan de gedaagde te bezorgen.
Verder oordeelde de Hoge Raad dat het kantooradres van de advocaat als woonplaatskeuze van de gedaagde geldt in de zin van art. 115 lid 3 Rv Pro., waardoor de termijn van dagvaarding ten minste één week bedraagt in plaats van drie maanden. Omdat deze termijn ruimschoots was nageleefd, was het verzoek tot verstekverlening toewijsbaar.
De Hoge Raad verleende daarom het gevraagde verstek tegen de gedaagde die niet was verschenen, waarmee het arrest van het gerechtshof werd bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verleent verstek tegen de niet-verschijnende partij woonachtig buiten Europa bij dagvaarding via kantoor van diens advocaat met een termijn van ten minste één week.