ECLI:NL:HR:2011:BP5550

Hoge Raad

Datum uitspraak
13 mei 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04348
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 RO
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad verwerpt cassatie in verkeersrechtelijke aansprakelijkheidszaak wegens niet-ontvankelijkheid

In deze zaak stond een verkeersrechtelijke aansprakelijkheidskwestie centraal waarbij eiseres tegen verweerder in cassatie ging na eerdere uitspraken van rechtbank en gerechtshof. De Hoge Raad verwijst naar eerdere vonnissen en arresten die aan dit arrest zijn gehecht.

De kern van het cassatieberoep betrof onder meer de stelplicht en de vraag of aanvullend getuigenbewijs nog mocht worden aangeboden, waarbij sprake was van een tardief aanbod. De Hoge Raad oordeelt dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en dat het beroep niet ontvankelijk is op grond van artikel 81 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

De conclusie van de Advocaat-Generaal was eveneens gericht op verwerping van het beroep. De Hoge Raad veroordeelt eiseres in de kosten van het cassatiegeding en bevestigt daarmee de eerdere beslissingen van lagere instanties zonder inhoudelijke beoordeling van de rechtsvragen.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen wegens niet-ontvankelijkheid op grond van art. 81 RO.

Uitspraak

13 mei 2011
Eerste Kamer
09/04348
EV/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiseres],
wonende te [woonplaats],
EISERES tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
t e g e n
[Verweerder],
wonende te [woonplaats],
VERWEERDER in cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiseres] en [verweerder].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 114289/HA ZA 05-1370 van de rechtbank Zwolle-Lelystad van 5 juli 2006;
b. de arresten in de zaak 107.001.380/01 (voorheen:rolnummer 0600555) van het gerechtshof te Arnhem van 28 februari 2008 en 24 maart 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen beide arresten van het hof heeft [eiseres] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
[Verweerder] heeft geconcludeerd tot verwerping van het beroep.
De zaak is voor partijen toegelicht door hun advocaten.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
3. Beoordeling van de middelen
De in de middelen aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiseres] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerder] begroot op € 384,34 aan verschotten en € 2.200,-- voor salaris.
Dit arrest is gewezen door de raadsheren E.J. Numann, als voorzitter, A. Hammerstein en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 13 mei 2011.