ECLI:NL:HR:2011:BP5600
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WSNP zonder schone lei en onmiddellijke werking wetswijziging art. 350 lid 3 F
De zaak betreft een verzoeker die in het kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen (WSNP) werd geconfronteerd met een beëindiging van de schuldsanering zonder toekenning van de schone lei, zoals bedoeld in art. 350 lid Pro 3 F van het Faillissementswetboek.
De procedure omvatte een vonnis van de rechtbank Amsterdam en een arrest van het gerechtshof Amsterdam, waartegen de verzoeker beroep in cassatie instelde bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen.
De Hoge Raad oordeelde dat de in de middelen aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat geen nadere motivering nodig was omdat de klachten niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten.
De Hoge Raad bevestigde tevens de onmiddellijke werking van de wetswijzigingen ingevoerd bij de Wet van 24 mei 2007, Stb. 2007/192, waaronder de aanpassing van art. 350 lid Pro 3 F.
Het arrest werd gewezen door de vice-president en raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 15 april 2011.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de beëindiging van de WSNP zonder schone lei blijft gehandhaafd.