ECLI:NL:PHR:2011:BP5600

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/00823
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 350 lid 3 FwWet van 24 mei 2007, Stb. 2007/192Artikel IV Wet van 24 mei 2007
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging wettelijke schuldsaneringsregeling zonder schone lei volgens vernieuwd artikel 350 lid 3 Fw

De zaak betreft een verzoeker die bij vonnis van de rechtbank Amsterdam onder de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP) werd geplaatst. Deze regeling werd op verzoek van de schuldenaar tussentijds beëindigd zonder verlening van een schone lei, omdat niet was voldaan aan informatie- en sollicitatieverplichtingen en het niet aannemelijk was dat de schuldenaar alsnog aan zijn verplichtingen zou voldoen.

Het hof Amsterdam bevestigde dit oordeel en wees op de onvoldoende aannemelijkheid dat de schuldenaar binnen redelijke termijn de achterstanden zou inlopen. Tegen dit arrest werd cassatieberoep ingesteld, waarbij werd betoogd dat het hof onjuist het vernieuwde artikel 350 lid 3 Fw Pro had toegepast in plaats van de oude tekst.

De Hoge Raad oordeelt dat de overgangsregeling van de wet van 24 mei 2007 onmiddellijke werking geeft aan de nieuwe bepalingen van artikel 350 lid 3 Fw Pro, zodat het hof terecht de vernieuwde wetgeving heeft toegepast. Het cassatieberoep wordt daarom verworpen.

Daarnaast wordt opgemerkt dat het beroep tijdig is ingesteld ondanks dat de termijn eindigde op een zaterdag, omdat de termijn dan doorloopt tot de eerstvolgende werkdag.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het tussentijds beëindigen van de WSNP zonder schone lei blijft in stand.

Conclusie

Zaaknummer: 10/00823
mr. Wuisman
Parketdatum: 18 februari 2011
CONCLUSIE inzake:
[Verzoeker],
verzoeker tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen.
1. Voorgeschiedenis
1.1 Bij vonnis d.d. 25 april 2007 is door de rechtbank Amsterdam de wettelijke schuldsaneringsregeling op verzoeker tot cassatie van toepassing verklaard. De rechtbank heeft de regeling bij vonnis d.d. 16 december 2009 onder toepassing van artikel 350, lid 1 en lid 3 sub c Fw tussentijds beëindigd zonder verlening van een 'schone lei'. Bij arrest d.d. 19 februari 2010 heeft het hof te Amsterdam dit vonnis bekrachtigd. Het hof acht voldoende aannemelijk geworden dat [verzoeker] onder meer niet aan zijn informatie- en sollicitatieverplichting heeft voldaan, ook niet na de op 2 februari 2009 met de rechter-commissaris gemaakte afspraken. Verder acht het hof niet voldoende aannemelijk gemaakt dat [verzoeker] alsnog in staat zal zijn zich aan zijn verplichtingen te houden en in staat zal zijn binnen redelijke termijn de achterstand in de voldoening van de boedelbijdrage alsmede de huurschuld in te lopen (rov. 2.3).
1.2 Tegen het arrest van het hof is met een per 1 maart 2010 per fax bij de griffie van de Hoge Raad binnengekomen verzoekschrift beroep in cassatie ingesteld.((1))
2. Bespreking van de cassatiemiddelen
2.1 Er worden twee cassatiemiddelen voorgedragen. Aan beide middelen ligt de onjuiste rechtopvatting ten grondslag dat door het hof niet toepassing had moeten worden gegeven aan artikel 350 lid 3 FW Pro zoals het sedert 1 januari 2008 geldt, maar zoals het voordien luidde; zie het verzoekschrift, sub 3.2 en 3.3 alsmede 4.2, 4.8 en 4.11. Uit het de overgangsregeling bevattende artikel IV van de Wet van 24 mei 2007, Stb 2007, nr. 192 volgt dat aan de met die wet ingevoerde vernieuwingen van de wettelijke schuldsaneringsregeling onmiddellijke werking toekomt voor zover niet anders bepaald. Ten aanzien van het vernieuwde lid 3 sub c van artikel 350 FW Pro is niet anders bepaald. Doordat de twee cassatiemiddelen op een onjuiste rechtsopvatting rusten, kunnen zij geen doel treffen.
3. Conclusie
De conclusie strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
1. Doordat de achtste dag van de cassatietermijn een zaterdag was (27 februari 2010), kon het cassatieberoep nog op 1 maart 2010 tijdig worden ingesteld.