ECLI:NL:HR:2011:BP5604

Hoge Raad

Datum uitspraak
22 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/04839
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
  • J.B. Fleers
  • A. Hammerstein
  • W.D.H. Asser
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 164 lid 2 RvArt. 81 RO
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad bevestigt afwijzing cassatie in verbintenissenrechtelijke adviseringsvordering

In deze civiele zaak stond een vordering uit hoofde van advisering centraal, waarbij de waardering van getuigenverklaringen en de bewijskracht van een partijgetuige volgens art. 164 lid 2 Rv Pro aan de orde waren.

De zaak werd in eerste aanleg behandeld door de kantonrechter te 's-Gravenhage, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage in twee arresten uitspraak deed. Tegen het laatste arrest van het hof stelde eiser beroep in cassatie in bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad verwees naar de eerdere vonnissen en arresten en oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden. Gezien art. 81 RO Pro was geen nadere motivering nodig omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.

Het cassatieberoep werd verworpen en eiser werd veroordeeld in de kosten van het geding, met een nihil begroting aan de zijde van verweerster. Het arrest werd gewezen door de vice-president en twee raadsheren en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en eiser wordt veroordeeld in de kosten van het geding.

Uitspraak

22 april 2011
Eerste Kamer
09/04839
RM/TT
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
in de zaak van:
[Eiser],
wonende te [woonplaats],
EISER tot cassatie,
advocaat: mr. E.J.W.F. Deen,
t e g e n
[Verweerster],
gevestigd te [vestigingsplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
niet verschenen.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als [eiser] en [verweerster].
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. het vonnis in de zaak 541835/05-25134 van de kantonrechter te 's-Gravenhage van 26 juni 2006;
b. de arresten in de zaak 105.007.604/01 (rolnummer 08/194) van het gerechtshof te 's-Gravenhage van 28 augustus 2008 en 18 augustus 2009.
De arresten van het hof zijn aan dit arrest gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen het arrest van het hof van 18 augustus 2009 heeft [eiser] beroep in cassatie ingesteld. De cassatiedagvaarding is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Tegen [verweerster] is verstek verleend.
De zaak is voor [eiser] toegelicht door zijn advocaat.
De conclusie van de Advocaat-Generaal L. Strikwerda strekt tot verwerping van het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
De advocaat van [eiser] heeft bij brief van 3 maart 2011 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad:
verwerpt het beroep;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding in cassatie, tot op deze uitspraak aan de zijde van [verweerster] begroot op nihil.
Dit arrest is gewezen door de vice-president J.B. Fleers als voorzitter en de raadsheren A. Hammerstein en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer A. Hammerstein op 22 april 2011.