ECLI:NL:HR:2011:BP6017

Hoge Raad

Datum uitspraak
20 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/02558
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27 SrArt. 6 EVRMArt. 126aa SvArt. 81 RO
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vermindering taakstraf wegens niet in acht nemen inverzekeringstelling en overschrijding redelijke termijn

De Hoge Raad heeft op 20 september 2011 uitspraak gedaan in het cassatieberoep van verdachte tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch. Het hof had nagelaten om de tijd die verdachte in verzekering was gesteld, in mindering te brengen op de opgelegde taakstraf, zoals vereist op grond van art. 27, eerste lid, Sr.

De verdachte was op 21 maart 2006 in verzekering gesteld en de volgende dag in vrijheid gesteld. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit verzuim moest herstellen en de duur van de taakstraf dienovereenkomstig moest verminderen. Daarbij werd de maatstaf van twee uur aftrek per dag inverzekeringstelling gehanteerd.

Daarnaast constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro was overschreden, wat eveneens een grond vormde voor vermindering van de straf. De taakstraf werd verminderd van 120 naar 114 uren, en de vervangende hechtenis van 60 naar 57 dagen.

Het middel dat betrekking had op verkeersgegevens van geheimhoudersgesprekken werd afgewezen zonder nadere motivering, conform eerdere jurisprudentie. Het beroep werd voor het overige verworpen.

Uitkomst: De taakstraf wordt verminderd tot 114 uren en de vervangende hechtenis tot 57 dagen, met aftrek van tijd in verzekeringstelling.

Uitspraak

20 september 2011
Strafkamer
nr. 09/02558
Hoge Raad der Nederlanden
Arrest
op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch van 10 april 2009, nummer 20/001544-07, in de strafzaak tegen:
[Verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969, wonende te [woonplaats].
1. Geding in cassatie
Het beroep is ingesteld door de verdachte. Namens deze heeft mr. R.J. Baumgardt, advocaat te Spijkenisse, bij schriftuur middelen van cassatie voorgesteld.
De schriftuur is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
De Advocaat-Generaal Vellinga heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijkverklaring van de verdachte in zijn beroep tegen de wrakingsbeslissingen, tot vernietiging van het bestreden arrest voor zover daarbij is verzuimd ter zake van de ondergane inverzekeringstelling art. 27, eerste lid, Sr toe te passen en tot verwerping van het beroep voor het overige.
2. Beoordeling van het eerste middel
Het middel kan niet tot cassatie leiden. Dit behoeft, gelet op HR 20 september 2011, nr 09/02557, LJN BP6016 en gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu het middel niet noopt tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid en de rechtsontwikkeling.
3. Beoordeling van het tweede middel
3.1. Het middel klaagt dat het Hof bij het opleggen van de taakstraf niet heeft bevolen dat de tijd die de verdachte in verzekering heeft doorgebracht bij de uitvoering van die straf in mindering zal worden gebracht.
3.2. De stukken van het geding houden in dat de verdachte op 21 maart 2006 in verzekering is gesteld en dat hij op 22 maart 2006 in vrijheid is gesteld. Het Hof heeft evenwel nagelaten art. 27, eerste lid, Sr in acht te nemen wat deze
inverzekeringstelling betreft. Het middel is dus gegrond. De Hoge Raad zal doen wat het Hof had behoren te doen. De Hoge Raad zal de tijd doorgebracht in verzekering aftrekken van de aan de verdachte opgelegde taakstraf. Hij zal daarbij de maatstaf van twee uur per in verzekering doorgebrachte dag aanleggen.
4. Ambtshalve beoordeling van de bestreden uitspraak
De Hoge Raad doet uitspraak nadat meer dan twee jaren zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Dat brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Dit moet leiden tot vermindering van de aan de verdachte opgelegde taakstraf van 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis.
5. Slotsom
Nu de Hoge Raad geen andere dan de hiervoor onder 4 genoemde grond aanwezig oordeelt waarop de bestreden uitspraak ambtshalve zou behoren te worden vernietigd, brengt hetgeen hiervoor is overwogen mee dat als volgt moet worden beslist.
6. Beslissing
De Hoge Raad:
vernietigt de bestreden uitspraak, maar uitsluitend wat betreft de duur van de opgelegde taakstraf en voor zover daarbij is verzuimd ter zake van de ondergane inverzekeringstelling art. 27, eerste lid, Sr toe te passen;
vermindert de duur van de opgelegde taakstraf in die zin dat deze 114 uren bedraagt;
vermindert de duur van de vervangende hechtenis in die zin dat deze 57 dagen beloopt;
beveelt dat de tijd die door de verdachte in verzekering is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, in dier voege dat voor iedere dag twee uren zullen worden afgetrokken van het totaal aantal uren;
verwerpt het beroep voor het overige.
Dit arrest is gewezen door de vice-president F.H. Koster als voorzitter, en de raadsheren B.C. de Savornin Lohman, W.M.E. Thomassen, C.H.W.M. Sterk en M.A. Loth, in bijzijn van de griffier S.P. Bakker, en uitgesproken op 20 september 2011.