ECLI:NL:PHR:2011:BP6017
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vonnis Hoge Raad over vernietiging geheimhoudergesprekken en aftrek inverzekeringstelling
De zaak betreft een cassatieberoep in een strafzaak over het niet vernietigen van geheimhoudergesprekken en de toepassing van art. 126aa lid 2 Sv. De verdediging stelde dat het niet vernietigen van deze gesprekken en het niet naleven van de voorgeschreven formaliteiten tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie moest leiden. De Hoge Raad verwijst naar eerdere jurisprudentie en oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de verkeersgegevens van geheimhoudergesprekken niet onder de vernietigingsplicht van art. 126aa lid 2 Sv vallen, omdat deze niet de inhoud van de communicatie betreffen maar slechts het feit van het telefoonverkeer.
Daarnaast wordt ingegaan op de wijze van vernietiging van digitale gegevensdragers, waarbij het hof concludeerde dat het ontoegankelijk maken van gegevens met geschikte software voldoet aan de wettelijke eisen, ook al is volledige fysieke vernietiging de enige manier om alle data onherroepelijk te wissen. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst erop dat het bezit van software om vernietigde gegevens terug te halen in strijd is met de wet.
Ten aanzien van de strafoplegging oordeelt de Hoge Raad dat het hof verzuimd heeft om de tijd van inverzekeringstelling van de verdachte in mindering te brengen op de opgelegde taakstraf, zoals vereist op grond van art. 27 Sr Pro. Dit verzuim wordt door de Hoge Raad hersteld. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen. Wrakingsbeslissingen zijn niet vatbaar voor cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad herstelt de aftrek van inverzekeringstelling bij de taakstraf en bevestigt dat verkeersgegevens niet onder de vernietigingsplicht van art. 126aa lid 2 Sv vallen.