ECLI:NL:HR:2011:BP6055
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Vermindering gevangenisstraf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie
In deze strafzaak heeft de Hoge Raad het cassatieberoep van de verdachte behandeld tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam. De verdachte was ten tijde van het beroep gedetineerd in een penitentiaire inrichting.
De Hoge Raad oordeelde dat het eerste middel van cassatie niet tot vernietiging kon leiden. Het tweede middel, gericht op de overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM, werd gegrond verklaard. De stukken waren te laat door het hof ingezonden, en de cassatiefase duurde meer dan zestien maanden, wat een overschrijding van de redelijke termijn inhoudt.
Als gevolg hiervan werd de opgelegde gevangenisstraf van vijftien jaar verminderd tot veertien jaar en acht maanden. Voor het overige werd het beroep verworpen. De Hoge Raad achtte geen aanleiding tot ambtshalve vernietiging van het bestreden arrest.
Uitkomst: De gevangenisstraf werd verminderd tot veertien jaar en acht maanden wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.