ECLI:NL:HR:2011:BP6999
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- W.D.H. Asser
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtsgevolgen wijziging uitspraakdatum bij herstelbeschikking in civiel proces
In deze zaak stond centraal of een herstelbeschikking die de datum van een uitspraak wijzigt, zonder dat sprake is van een kennelijke misslag, rechtsgevolgen heeft voor de aanvang van de beroepstermijn. De moeder was op 5 januari 2010 in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van 20 juli 2009, die later bij herstelbeschikking werd gedateerd op 5 oktober 2009 om de beroepstermijn te verlengen.
De rechtbank had de moeder en vader uit het ouderlijk gezag ontheven. De advocaat van de moeder verzocht om wijziging van de uitspraakdatum, omdat de beschikking pas op 5 oktober 2009 was afgegeven terwijl de oorspronkelijke datum 20 juli 2009 was. De rechtbank gaf hieraan gevolg met een herstelbeschikking gedateerd 14 december 2009, waarin de uitspraakdatum werd gewijzigd.
Het hof verklaarde het hoger beroep van de moeder niet-ontvankelijk, omdat de beroepstermijn volgens het hof was begonnen op de oorspronkelijke datum 20 juli 2009. De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en overwoog dat de wijziging van de uitspraakdatum enkel diende om de beroepstermijn te verlengen, maar geen verbetering inhield van een foutieve vermelding. De werkelijke uitspraakdatum bleef bepalend en de beroepstermijn begon daags na 20 juli 2009.
De Hoge Raad benadrukte dat de datum van de uitspraak van openbare orde is en niet ter vrije bepaling van partijen staat. Daarnaast was de beschikking tijdig aan de advocaat van de moeder verstrekt, zodat geen sprake was van een niet aan haar toe te rekenen fout of verzuim. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de ontvankelijkheid van het hoger beroep op grond van de werkelijke uitspraakdatum.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de beroepstermijn begint te lopen op de werkelijke uitspraakdatum en wijst het cassatieberoep af.