ECLI:NL:HR:2011:BP7628
Hoge Raad
- Herziening
- F.H. Koster
- B.C. de Savornin Lohman
- M.A. Loth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens ontbreken nieuwe feitelijke omstandigheden in bijstandsfraudezaak
De zaak betreft een herzieningsverzoek tegen een veroordeling wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de Sociale Dienst van de gemeente Almere, waardoor onterecht bijstand werd ontvangen. De aanvrager werd door de politierechter veroordeeld tot een werkstraf en subsidiair hechtenis.
Na de veroordeling werd in het bestuursrecht een geschil gevoerd over de hoofdverblijfplaats van de aanvrager en zijn echtgenote. De bestuursrechter oordeelde dat het niet onaannemelijk was dat zij gedurende de betwiste periode hun hoofdverblijf in Almere hadden, waarna het college van burgemeester en wethouders besloot af te zien van terugvordering van de bijstand.
De Hoge Raad stelt vast dat deze bestuursrechtelijke uitspraken en besluiten geen nieuwe feitelijke omstandigheden opleveren die bij de strafrechter niet bekend waren en die het strafvonnis zouden kunnen wijzigen. Daarom is het herzieningsverzoek kennelijk ongegrond en wordt het afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het herzieningsverzoek af wegens het ontbreken van nieuwe feitelijke omstandigheden.