ECLI:NL:HR:2007:BB2749
Hoge Raad
- Herziening
- G.J.M. Corstens
- B.C. de Savornin Lohman
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing herzieningsverzoek wegens onvoldoende nieuwe feiten bij valsheid in geschrift
De zaak betreft een aanvrage tot herziening van een strafvonnis van de Politierechter te Utrecht waarbij de aanvraagster was veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift. De aanvraag tot herziening baseerde zich op een uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State en een ministeriële beslissing die volgens de aanvraagster aantonen dat de feiten omtrent medebewonerschap niet vals waren.
De Hoge Raad stelt voorop dat onverenigbaarheid tussen een bestuursrechtelijke uitspraak en een strafvonnis geen grond voor herziening vormt. Uit de bestreden uitspraak blijkt dat de feiten en omstandigheden die in de bestuursrechtelijke procedure aan de orde zijn geweest, ook bekend waren bij de strafrechter. De aangevoerde nieuwe feiten zijn geen feiten van feitelijke aard die bij het strafproces niet bekend waren en die het vermoeden wekken dat het strafproces anders zou zijn verlopen.
De Hoge Raad analyseert de bewijsvoering en concludeert dat de verklaringen over medebewonerschap onvoldoende overtuigend waren om het strafvonnis te herzien. Ook het verhoogde waterverbruik en informatie uit het politiebedrijfsproces-systeem rechtvaardigen geen ander oordeel. De aanvrage wordt daarom als kennelijk ongegrond verworpen.
De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt daarmee het vonnis van de Politierechter. De uitspraak is gewezen door de vice-president en twee raadsheren op 4 september 2007.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het verzoek tot herziening af en bevestigt het strafvonnis wegens medeplegen van valsheid in geschrift.