ECLI:NL:HR:2011:BP8704
Hoge Raad
- Cassatie
- A. Hammerstein
- F.B. Bakels
- C.E. Drion
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verdeling huwelijksvermogen na echtscheiding betreffende gemeenschappelijke woning
Deze zaak betreft een geschil tussen voormalig echtelieden over de verdeling van het huwelijksvermogen na hun echtscheiding, specifiek over de vraag of het bedrag waarmee de gemeenschappelijke woning is gekocht, is verkregen uit hoofde van een geldlening of een schenking.
De procedure begon bij de rechtbank Rotterdam met meerdere vonnissen, waarna het gerechtshof te 's-Gravenhage op 11 augustus 2009 uitspraak deed. De vrouw stelde beroep in cassatie in tegen het arrest van het hof. De man concludeerde tot verwerping van het beroep.
De Advocaat-Generaal adviseerde eveneens tot verwerping. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat de klachten geen rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen.
De Hoge Raad verwierp het beroep van de vrouw en veroordeelde haar in de kosten van het cassatiegeding, waarmee de uitspraak definitief werd bevestigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof over de verdeling van het huwelijksvermogen.