ECLI:NL:HR:2011:BP8826

Hoge Raad

Datum uitspraak
10 juni 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/03985
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 81 ROArt. II lid 2 WLA
Verwijzingen
4 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging alimentatieverplichting op grond van art. II lid 2 WLA

De zaak betreft een verzoek tot beëindiging van de alimentatieverplichting van de man jegens de vrouw op grond van artikel II lid 2 van de Wet op de Langdurige Alimentatieverplichting (WLA). De rechtbank Amsterdam en het gerechtshof Amsterdam hebben eerder beslissingen genomen in deze kwestie. De man heeft tegen de beschikking van het hof beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad.

De Hoge Raad heeft het cassatieberoep van de man beoordeeld en geoordeeld dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden. Daarbij is overwogen dat de klachten geen rechtsvragen oproepen die van belang zijn voor de rechtseenheid of rechtsontwikkeling, zodat nadere motivering achterwege kan blijven.

De Hoge Raad heeft het beroep van de man verworpen en de beschikking van het hof gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door de raadsheren A. Hammerstein, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de beëindiging van de alimentatieverplichting niet.

Uitspraak

10 juni 2011
Eerste Kamer
09/03985
DV/AS
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De man],
wonende te [woonplaats], Italië,
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. J. van Duijvendijk-Brand,
t e g e n
[De vrouw],
wonende te [woonplaats],
VERWEERSTER in cassatie,
advocaat: aanvankelijk mr. J. Brandt, thans mr. G.R. den Dekker.
Partijen zullen hierna ook worden aangeduid als de man en de vrouw.
1. Het geding in feitelijke instanties
Voor het verloop van het geding in feitelijke instanties verwijst de Hoge Raad naar de navolgende stukken:
a. de beschikkingen in de zaak 380748/FA RK 07-7304 van de rechtbank Amsterdam van 4 juni 2008 en 12 november 2008;
b. de beschikking in de zaak 200.022.971/01 van het gerechtshof te Amsterdam van 30 juni 2009.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de man beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
De vrouw heeft verzocht het beroep te verwerpen.
De conclusie van de Advocaat-Generaal E.B. Rank-Berenschot strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien art. 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren A. Hammerstein, als voorzitter, F.B. Bakels en W.D.H. Asser, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 10 juni 2011.